De spelelementen: spelen met DITMUSA

Yes, nieuw in leidingDITMUSA is het woord dat je krijgt als je de beginletters van een aantal spelelementen samenvoegt.
De elementen van een spel zijn Doel, Inkleding, Terrein, Materiaal, Uitleg, Spelregels en Aangepast. Als ze alle 7 aanwezig zijn, zorgen ze dat je spel (technisch) goed ineen zit.
Of je activiteit dan ook schitterend zal verlopen, is nog een andere zaak, maar het is een goed begin.

DOEL

Over opdrachtdoelstellingen en achtergronddoelen
Opdrachtdoelen zijn doelstellingen die je meegeeft aan je leden (deelnemers). Ze staan nauw in verband met het spel.
Achtergronddoelen zitten in het hoofd van de (bege)leiding. Het zijn doelen die de (bege)leiding wil bereiken met het spel of de grote activiteit.

Enkele voorbeelden

OpdrachtdoelstellingAchtergronddoelstelling
Breng met de hele groep het flesje zo snel mogelijk naar het eiland, zonder de grond te raken.Ik wil mijn ploeg leren samenwerken, ik wil de leidersfiguur detecteren, ik wil mijn ploeg stimuleren in creatief denken.
Som tien idolen op.Ik wil de leefwereld van mijn rakwi’s leren kennen.
Breng goud over van de Goldrushbank naar de Jet & Bill-bank zonder door rovers gesnapt te worden.Ik wil mijn tito’s eens goed afmatten en laten razen tijdens de examenperiode.
Verzin vijf zaken die anders zijn in een Turks gezin dan in je eigen gezin.Ik wil een gesprek aangaan over een multiculturele samenleving.


Buiten bereik en binnen beleving
Een goede speldoelstelling is er één die net buiten het bereik van de spelers ligt. De deelnemers mogen niet het gevoel hebben dat ze de doelstelling eens rap zullen waarmaken. Ze moeten een uitdaging zien om eraan te beginnen. ‘Binnen beleving’ wil dan weer zeggen dat de spelers het geloof moeten behouden dat ze de doelstelling kunnen bereiken. De spelers moeten aanvoelen dat het haalbaar is.
Een voorbeeld
Speelclubbers vechten graag met hun leiders. Dat doen ze niet individueel want dat valt absoluut buiten beleving. De speelclubber weet dat hij veel te zwak is. Samen vliegen ze echter graag rond de nek van de leiders. Want ook al is het doel buiten bereik, de speelclubbers geloven dat ze samen ooit kunnen winnen: binnen beleving, dus.

Het sop en de kool
Het doel moet in verhouding staan tot de inspanning. Anders zullen de inspanningen niet gedaan worden of zal de teleurstelling groot zijn.
Enkele voorbeelden:

  • Op tweedaagse worden de kilometers de moeite waard door een leuke slaapplaats of een glorieuze terugkomst op het bivakterrein.
  • Een reeks opdrachten vervullen wordt leuk als er daardoor een sneeuwman van de smeltdood gered kan worden.

Inkleding

Bij inkleding denken we onmiddellijk aan allerhande grappige attributen, sprekende kostuums, veel make-up,… Sommigen mobiliseren de hele vriendenkring en familie om aan het nodige materiaal te raken. En of je nu ribbel- of aspileid(st)er bent: het geeft iets extra’s aan je activiteit.
Jezelf verkleden is echter nog geen garantie voor een geslaagde activiteit! Ben jij werkelijk kabouter Snor die de speelclubbers wil leren paddestoelen inrichten of ben je leider Piet of leidster Imke met een kabouterpakje aan? Als je kostuums en attributen bij hebt, moet je ze ook gebruiken!
Je kunt, behalve jezelf verkleden, ook het spel inkleden. Zo zijn de knikkers die verzameld worden in het bos niet langer knikkers maar de deurknopjes van de kabouterhuisjes. Ook dat is inkleding. Wie oog heeft voor inkleding van de activiteit en daarbij aandacht schenkt aan de nodige verkleedattributen,
vergroot de kans op betrokkenheid van de leden. En natuurlijk zijn we niet iedere week kabouter Snor die opnieuw parels verzamelt.
inkleding is…

  • jezelf verkleden,
  • je inleven in je rol,
  • het spel inkleden.

Terrein

De grootte van je terrein bepaalt mee de slaagkansen van je spel. Als je wilt dat spelers elkaar vaak tegenkomen, mag je het terrein niet te groot maken. Moeten de spelers elkaar ongemerkt kunnen besluipen of moeten ze tikkers kunnen ontwijken, dan baken je een groter terrein af. Zorg wel dat het voor de tikkers haalbaar blijft.
Stel jezelf vooraf de vraag hoe vaak iemand het terrein moet kunnen doorkruisen. Als je bijvoorbeeld 20 keer van het ene kamp naar het andere moet kunnen lopen, is 250 m zeer ver. Je moet dan al minstens 10 kilometer afleggen.
Op een klein terrein zal meer techniek nodig zijn. Met een verkeerde trap op een bal zal die sneller buiten het veld belanden, een afwijking van het traject zal sneller in het voordeel van de tegenstander zijn.
Op een groter terrein is er meer tijd voor je een beslissing moet nemen omdat eventuele tegenstanders langer wegblijven.
Een klein terrein haalt dan weer duidelijk de fysieke inspanning naar beneden. Het verhoogt wel de betrokkenheid omdat er nergens een hoekje is waar de spelers zich kunnen verstoppen.
De grootte van een terrein staat zeker niet alleen in relatie tot het beoogde doel en de vaardigheden van de spelers. Het aantal spelers is misschien wel de voornaamste factor voor de keuze van een terreingrootte.

  • Groot terrein → minder techniek, meer fysiek
  • Klein terrein → meer betrokken, meer techniek

Materiaal

We kunnen hopeloos uitweiden over hoe materiaal je spel kan beïnvloeden. We beperken ons hier tot enkele regeltjes die je best kunt onthouden.
Hoe groter het voorwerp, hoe gemakkelijker je het kunt behandelen. Een grotere bal zul je bijvoorbeeld gemakkelijker kunnen aanpakken, je kunt er ook eenvoudiger tegen trappen. Natuurlijk geldt dat alles maar tot een bepaalde grootte. Nee, een speelclubber kan niet gemakkelijk een wereldbal vangen!
Hoe zwaarder het voorwerp, hoe meer kracht er nodig is. Dat maakt het gebruik ook moeilijker. Lichte, zachte voorwerpen voelen veiliger aan. Ze zullen niet zo rap verwonden of mensen afschrikken.

  • Groter voorwerp → minder techniek, minder kunde vereist
  • Zwaarder voorwerp → moeilijker behandeling

Uitleg

Laat een geheimzinnige stem van op een cassettebandje je uitleg geven, verwerk de uitleg van je activiteit in een eenvoudig zoekspel, geef de uitleg op papier of maak er een show van. Je moet maar op één ding letten: het moet duidelijk blijven! Je kunt de vijf fasen als leidraad nemen.

  1. Verzamel al je spelers
    Vraag iedereen om bij jou te komen. Zorg ervoor dat iedereen je kan zien en horen.
  2. Zet je spelers in de spelsituatie
    Een kring maken, in ploegjes verdelen, per twee gaan staan,… Probeer de spelsituatie zo goed mogelijk voor te stellen zonder dat de deelnemers ver van je weggaan.
  3. Zeg wat je toont en toon wat je zegt
    Terwijl je vertelt dat je iemand kunt verlossen door onder zijn of haar benen te kruipen, kruip je onder iemands benen door. Als je de bal naar de koningin van de andere ploeg gooit, zeg je: “Ik gooi de bal naar de koningin van de andere ploeg.”
  4. Doe een proefspel
    Zeg tegen de spelers dat je eerst een proefspel speelt. Jij kunt dan zien of alle spelers de uitleg begrepen hebben, je kunt bijsturen en de spelers hebben nog de tijd om vragen stellen. De punten die nu gemaakt worden, tellen niet mee.
  5. Start duidelijk het eigenlijke spel
    Als je ziet dat iedereen de speluitleg begrepen heeft, start je met het eigenlijke spel. Geef dat duidelijk aan. Vanaf nu tellen de punten.

Spelregels

Drie redenen waarom spelregels nodig zijn.

Spelregels en veiligheid
Spelregels moeten de veiligheid bevorderen.
Bijvoorbeeld

  • Fysiek: Het hoofd raken bij jagersbal telt niet. Je mag dus niet naar het hoofd gooien.
  • Psychisch: In het nachtspel moet je per twee bij elkaar blijven.


Spelregels en doelstellingen
Spelregels moeten in functie staan van de doelstellingen. Ze moeten het bijvoorbeeld mogelijk maken te scoren en tegelijkertijd te verhinderen dat er gescoord wordt.
Bijvoorbeeld
Bij een bosspel is de doelstelling: slim handel drijven om zo rijk te worden. Een spelregel hierbij is dat spelers enkel handel mogen drijven met spelers van een andere ploeg. Als ze dat ook met de eigen leden mochten, zou de doelstelling van het spel veranderen in ‘snel wisselen met vrienden en zo rijk worden’.
Soms kunnen spelregels de doelstelling hinderen. Een loopspel met een beetje tactiek kan door te veel spelregels snel veranderen in een tactisch spel met een beetje beweging. Het is maar wat je wil, natuurlijk.

Spelregels en het spel
Sommige spelregels zijn nodig om een bepaald spel dat spel te laten zijn.
Bijvoorbeeld
Handvoetbal speel je met de handen. Bij een blinddoekspelletje mag je niet kijken.

Aangepast

Bij de ‘a’ van DITMUSA ligt het accent op de activiteit of het spel. Pas je activiteit aan de situatie aan: het aantal leden, de tijd van het jaar, de spelduur, de leeftijd van je leden,... Durf je activiteit omgooien als de situatie verandert. Het is dé manier om je spel nog te doen lukken. Let op! Je spel aanpassen is vaak iets van de laatste vijf minuten. Onverwacht komen er weinig leden opdagen, regent het juist of zijn de kegels in het materiaalkot verdwenen.

ER ZIJN TWEE MANIEREN OM MET DIE ZEVEN SPELELEMENTEN OM TE GAAN

1. Speltechnisch
Als kapstop bij de voorbereiding en de begeleiding van spelen: “Ben ik niets vergeten?”

2. Variërend
We variëren één of meerdere letters van DITMUSA om zo tot vernieuwende spelen te komen.
Als je dat probeert, zul je merken dat het niet bij ieder element van DITMUSA even gemakkelijk gaat. Je zult ondervinden dat je sneller en meer kan variëren met inkleding, materiaal, terrein en spelregels. Laat dat je echter niet tegenhouden om de andere ook te proberen. Vaak loopt het ook allemaal wat door elkaar: als je het doel verandert, verander je ook meestal de spelregels, enz. Dat is niet erg, natuurlijk, dat is zelfs de bedoeling. DITMUSA is geen schema om je strak aan te houden. Meer nog, het spel wordt echt anders en leuk wanneer je al die elementen door elkaar gooit, combineert en bijvoorbeeld je doel, je materiaal en je terrein tegelijk verandert.

Het variërend spoor van DITMUSA kun je nog eens opsplitsen: het moment waarop je gaat variëren. Je kunt dat doen wanneer je je spel voorbereidt, een week op voorhand of zo. Dat is een goede manier om altijd weer met nieuwe dingen op de proppen te komen. Je kunt het ook doen tijdens je spelnamiddag zelf, omdat je leden anders reageren of om je spel nog een tijdje uitdagend te houden.